« Terug naar zoekresultaten

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 

Jaarverslaggeving

Met ingang van 1 januari 2008 zijn Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) van toepassing verklaard op alle onderwijsinstellingen. In het bijzonder is daarbij de RJ 660 “onderwijsinstellingen” toegepast.

Consolidatie

In de geconsolideerde balans en geconsolideerde exploitatierekening zijn alle financiële gegevens van de vereniging en de financiële gegevens van de deelnemingen van de vereniging geconsolideerd. Een deelneming is (conform de regelgeving) een rechtspersoon waarop direct of indirect invloed van betekenis kan worden uitgeoefend door de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs. Deelnemingen worden gewaardeerd op basis van het aandeel van de vereniging in de netto vermogenswaarde van de deelneming. Dit aandeel wordt bepaald op basis van de gerechtigdheid van de vereniging in het eigen vermogen van de deelneming gedurende het bestaan of bij liquidatie van de betreffende deelneming. De netto vermogenswaarde, het zichtbare eigen vermogen, wordt berekend volgens dezelfde grondslagen als gelden voor de verenigingsjaarrekening.

Schattingswijziging

Om de waarderingsgrondslagen transparanter, eenduidiger en eenvoudiger te maken, een reëlere vermogenspositie te verkrijgen en een administratieve lastenverlichting te bewerkstelligen binnen zowel de scholen als het OMO bureau zijn per 1 januari 2011 de volgende schattingswijzigingen doorgevoerd:

  • de activeringsgrens is verhoogd van € 500,- naar € 2.500,-. Activa met een aanschafwaarde onder de € 2.500,- worden regelmatig vervangen. Als gevolg hiervan is op de balans een vast bedrag (“constante waarde”) van 6,5 miljoen euro opgenomen voor activa onder de € 2.500,-, met als uitgangspunt dat sprake is van een ideaalcomplex: jaarlijkse aanschaf en afschrijving zijn nagenoeg gelijk. De hoogte van de constante waarde wordt gevolgd en getoetst met de realiteit. Desgewenst kan deze op enig moment worden aangepast. Op de constante waarde wordt niet afgeschreven.
  • in het verleden is een aantal investeringen in gebouwen waarvoor bestemmingsreserves waren gevormd, ineens afgeschreven ten laste van deze bestemmingsreserves. Naar nu blijkt kan voor deze investeringen alsnog dekking gevonden worden in de reguliere exploitatie. De waardevermindering is per 1 januari 2011 teruggedraaid. De boekwaarde van de materiële vaste activa en de vermogenspositie na resultaatbestemming is hierdoor met 6,2 miljoen euro toegenomen.
  • vorderingen ouder dan een jaar worden voortaan automatisch afgeboekt en de hiermee samenhangende voorziening voor oninbaarheid is afgeschaft.
  • grond en gebouwen worden afzonderlijk geadministreerd met als uitgangspunt dat op grond niet wordt afgeschreven, gezien de onbeperkte gebruiksduur.
  • ·       per 1 januari 2011 zijn de activacategorieën en hun afschrijvingstermijnen herzien zodat deze beter aansluiten op de huidige realiteit voor wat betreft de economische levensduur.

Oude activacategorieën en afschrijvingstermijnen:

Categorie Afschrijvingstermijn Percentage
Gebouwen en terreinen 40 jaar of 10 jaar 2,5% of 10%
Verbouwingen 25 of 10 jaar 4% of 10%
Nagelvaste installaties 20 jaar 5%
Losse installaties / machines 10 jaar 10%
Kantoormeubilair / inrichting 10 jaar 10%
Schoolmeubilair / inrichting 15 jaar 6,67%
Centrale automatiseringsapparatuur 5 jaar 20%
Overige automatiseringsapparatuur 3 jaar 33,33%
Boeken en lesmateriaal 3 jaar 33,33%
Vervoermiddelen 5 jaar 20%

Nieuwe activacategorieën en afschrijvingstermijnen:

Categorie Afschrijvingstermijn Percentage
Grond n.v.t. n.v.t.
Gebouwen 40 jaar 2,5%
Verbouwingen 20 jaar 5%
Installaties 20 jaar 5%
Leer- en hulpmiddelen 10 jaar 10%
Meubilair en inrichting 15 jaar 6,67%
Automatiseringsapparatuur 5 jaar 20%
Overige apparatuur 5 jaar 20%
Boeken bij intern boekenfonds 4 jaar 25%
Vervoermiddelen 5 jaar 20%

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Tenzij anders vermeld, zijn de activa en passiva gewaardeerd tegen verkrijgingsprijzen c.q. nominale waarden. Winsten op transacties worden genomen op het moment dat deze zijn gerealiseerd; verliezen worden genomen zodra deze bekend zijn. Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waar ze betrekking op hebben. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat reguliere onderwijstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn verspreid.

BALANS

Materiële vaste activa

Algemeen

De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, verminderd met de jaarlijkse afschrijvingen. De jaarlijkse afschrijvingen zijn gebaseerd op de geschatte economische levensduur. Over de constante waarde wordt niet afgeschreven.

Gebouwen en terreinen

Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Op gebouwen gefinancierd door de overheid rust een (economisch) claimrecht van de gemeenten. Het juridische eigendom van deze gebouwen berust bij de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs, het economisch eigendom bij gemeenten. Evenwel is het mogelijk dat een deel van deze gebouwen door de vereniging zelf is gefinancierd, waarbij geen economisch claimrecht is verworven. Dit deel van de gebouwen wordt geactiveerd en afgeschreven in 40 jaar.

Gebouwelijke investeringen, waarvan het juridisch en economisch eigendom bij de vereniging Ons middelbaar Onderwijs berust, worden geactiveerd en afgeschreven in 40 jaar (nieuwbouw) of 20 jaar (verbouw).

Inventaris en apparatuur

Investeringen met een waarde van minder dan € 2.500,- per investeringsbeslissing worden rechtstreeks ten laste van het resultaat gebracht.

Projecten in uitvoering

De projecten in uitvoering worden opgenomen tegen de vervaardigingkosten. Na afronding van de projecten worden de van de overheid ter financiering ontvangen gelden op het betreffende project in mindering gebracht.

Financiële vaste activa

Effecten

De hieronder opgenomen beleggingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde per balansdatum.

Indien de verkrijgingprijs hoger is dan de nominale waarde wordt het gekochte agio gedurende de resterende looptijd van betreffende obligaties afgeschreven en in mindering gebracht op de opbrengst van de beleggingen.

Overige vorderingen

De hieronder opgenomen vorderingen betreffen de van gemeenten nog te ontvangen vergoedingen voor aflossing op door de overheid gegarandeerde leningen o/g en de door de vereniging en gelieerde stichtingen aan derden verstrekte leningen. Beiden zijn gewaardeerd tegen nominale waarden.

Vlottende activa

Vorderingen

Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen ouder dan een jaar worden afgeboekt.

Liquide middelen

Onder liquide middelen worden uitsluitend middelen opgenomen die binnen 12 maanden beschikbaar zijn voor de vereniging. Middelen die tenminste 12 maanden niet beschikbaar zijn worden gepresenteerd onder de financiële vaste activa.

Eigen vermogen

De onder het eigen vermogen opgenomen gelden betreffen publieke en private gelden.

Algemene reserve

De algemene reserve geldt ter waarborging van de continuïteit van de totale OMO-organisatie op de lange termijn.

Bestemmingsreserve

In 2011 is besloten geen bestemmingsreserves meer te hanteren.

Bestemmingsfondsen

Bestemmingsfondsen worden gevormd ter dekking van toekomstige uitgaven inzake bijzondere doeleinden. Aan de vorming van een bestemmingsfonds ligt een verplichting ten grondslag die is opgelegd door derden.

Resultaatbestemming

In deze jaarrekening zijn de resultaatbestemmingen verwerkt over het verslagjaar 2011.

Voorzieningen

Onder de voorzieningen worden de personele voorzieningen en de overige voorzieningen gepresenteerd. Tenzij anders aangegeven worden de voorzieningen opgenomen tegen nominale waarde. Toevoegingen aan de voorziening vinden plaats ten laste van de exploitatierekening. Uitgaven vinden plaats ten laste van de voorziening.

Een voorziening in verband met verplichtingen wordt uitsluitend genomen indien op balansdatum aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • vereniging Ons Middelbaar Onderwijs heeft een huidige in recht afdwingbare of feitelijke verplichting op grond van een gebeurtenis uit het verleden;
  • het is waarschijnlijk dat een uitstroom van middelen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en;
  • een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het bedrag van de verplichting.

Personele voorzieningen

De voorziening jubilea is bepaald door het aantal personeelsleden (in fte’s) te vermenigvuldigen met een bedrag van € 750,-.

Overige voorzieningen

Hieronder is de voorziening groot onderhoud opgenomen.

Langlopende schulden

Dit betreft schulden met een looptijd van langer dan één jaar.

Kortlopende schulden

Dit betreft schulden met een looptijd korter dan één jaar.<

RESULTAATBEPALING

Baten

De toegekende lumpsum financiering wordt tijdsevenredig aan het jaar toegerekend. Overige opbrengsten worden toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben.

Lasten

De lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

KASSTROOMOVERZICHT

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.

BEGROTING

De resultaten van de deelnemingen en de doordecentralisatiecontracten van Ons Middelbaar Onderwijs zijn niet begroot. Ten einde een juiste vergelijking te kunnen maken tussen de begrote en de werkelijke cijfers over kalenderjaar 2011 zijn de werkelijke cijfers 2011 van de deelnemingen en de doordecentralisatiecontracten toegevoegd aan de begrote cijfers 2011.

pagina opties