« Terug naar zoekresultaten

Risicoparagraaf

Het onderstaande overzicht geeft een samenvatting van de financiële situatie van de organisatie op dit moment en in 2016. Aan de hand van deze samenvatting wordt ingegaan op de bedrijfsmatige risico’s waar Ons Middelbaar Onderwijs mee te maken heeft. Als referentiekader is het rapport van de commissie Don gebruikt.

Kengetal Commissie Don OMO in 2011 OMO in 2016
Weerstandsvermogen 5% 18% 16%
Kapitalisatiefactor < 35% 17% 17%
Solvabiliteit (incl. voorzieningen) > 20% 39% 28%
Rentabiliteit 0% < R < 5% 0,7% 0,0%
Liquiditeit 0,5 < L < 1,5 0,2 1,0

Tabel 10: Financiële situatie in 2011 en 2016

Kapitalisatiefactor
De kapitalisatiefactor zal nagenoeg constant blijven. De verwachte wijzigingen zitten voornamelijk in de solvabiliteit en het weerstandsvermogen.

Weerstandsvermogen en solvabiliteit
Het weerstandsvermogen en de solvabiliteitspositie van Ons Middelbaar Onderwijs zullen vanwege een aantal ontwikkelingen in de komende jaren wijzigen c.q. onder druk komen te staan.

Op de eerste plaats hebben de ontwikkelingen op het vastgoedterrein invloed. In gemeenten waar geen sprake is van een doordecentralisatie en waar ver/nieuwbouw plaatsvindt, is de gemeente financieel verantwoordelijk voor het realiseren van de onderwijshuisvesting. De ervaring leert dat door diverse oorzaken gemeenten niet altijd in staat blijken dergelijke investeringen geheel te financieren, en dat hiervoor (onterecht) een beroep wordt gedaan op het eigen vermogen van Ons Middelbaar Onderwijs. Hierdoor zal het weerstandsvermogen dalen.

Op de tweede plaats is doordecentralisatie van invloed op het weerstandsvermogen en de solvabiliteitspositie. Met inmiddels elf gemeenten heeft OMO een doordecentralisatiecontract afgesloten, waarmee de verantwoordelijkheid voor de financiering van (vooral grootschalige) bouwprojecten is overgenomen. OMO wordt economisch eigenaar van deze gebouwen, waardoor de hoeveelheid activa en daarmee het balanstotaal substantieel zal toenemen. Relatief gezien daalt daarmee het eigen vermogen en dus ook de solvabiliteit. De bouwprojecten worden hoofdzakelijk gefinancierd met langlopende externe kredieten.

Op de derde plaats is er sprake met bezuinigingen vanuit het ministerie van OCW in combinatie van kostenstijgingen. Concreet gaat het hierbij om bezuinigingen vanwege passend onderwijs, vereenvoudiging van het bekostigingsmodel en een korting op de bijdragen voor lesmateriaal. Daar tegenover staan oplopende kosten voor WW en WGA uitkeringen en een (niet-compenseerde) verhoging van pensioenpremies. Vanwege deze ontwikkelingen zullen met name op het personele vlak keuzes gemaakt moeten worden. In meerjarenbegrotingen worden de financiële consequenties doorgerekend en wordt (op schoolniveau) een plan van aanpak beschreven op welke wijze tot een sluitende exploitatie in de komende jaren kan worden gekomen.

Gezien het voorgaande is de verwachting dat de opbouw van het vermogen in 2016 er als volgt gaat uitzien:

Opbouw vermogen 2011 2016
Eigen vermogen 30% 22%
Voorzieningen 9% 6%
Langlopende schulden 16% 38%
Kortlopende schulden 45% 34%
Totaal 100% 100%

Tabel 11: Opbouw vermogen in 2011 en 2016

De commissie Don hanteert voor de solvabiliteit een signalerings-ondergrens van 20%. De verwachting is dat de OMO solvabiliteitsratio in 2016 uitkomt op (22% + 6% =) 28%.

Rentabiliteit
De verwachting is dat er jaarlijks gemiddeld sluitend wordt geëxploiteerd. De rentabiliteit komt daarmee uit op nihil.

Liquiditeit
Vanwege enkele grootschalige bouwprojecten die in de komende jaren aanvangen, en waarbij OMO via een doordecentralisatieovereenkomst zorg draagt voor de voorfinanciering, komt er druk te staan op de current ratio. Vanwege de (aanstaande) afspraken met kredietverstrekkers wordt er echter voor gezorgd dat de current ratio op een gezond peil blijft.

pagina opties