« Terug naar zoekresultaten

Kapitalisatiefactor

Vanuit de door minister Plasterk ingestelde Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen (“commissie Don”) is het kengetal kapitalisatiefactor in de VO-sector geïntroduceerd. De commissie Don was ingesteld om het vermogensbeheer in alle onderwijssectoren te onderzoeken. Doel hiervan was te komen tot een optimale financieringsstructuur voor onderwijsinstellingen, gegeven de huidige verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk en instelling en gegeven de financieringssystematiek en –omvang.

Het kengetal kapitalisatiefactor laat zien of een instelling te veel kapitaal aanhoudt voor zijn (onderwijs)activiteiten. De kapitalisatiefactor wordt berekend door van het balanstotaal van een instelling de bedragen voor gebouwen en terreinen af te trekken en het dan overblijvende bedrag te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Als de kapitalisatiefactor boven een bepaalde signaleringsgrens uitkomt, zou dat erop kunnen wijzen dat het bestuur te veel kapitaal aanhoudt voor zijn onderwijsactiviteiten. De bovengrens van deze kapitalisatiefactor (voor grote schoolbesturen) bedraagt 35%. Ultimo kalenderjaar 2011 bedraagt de kapitalisatiefactor binnen Ons Middelbaar Onderwijs 17%.

De kapitalisatiefactor kent drie functies: de transactiefunctie, de financieringsfunctie en de financiële buffer. 

De transactiefunctie betreft de middelen die moeten worden aangehouden om de kortlopende schulden te voldoen. De transactieliquiditeit wordt berekend door het bedrag van de kortlopende schulden te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Ultimo kalenderjaar 2011 bedraagt de transactieliquiditeit 10,7%. Bij de berekening zijn de voorontvangen bedragen en de schuld aan de bank (vanwege de geplande omzetting naar een langlopende schuld) in mindering gebracht op de kortlopende schulden.

De financieringsfunctie betreft de middelen die moeten worden aangehouden om de materiële vaste activa (niet zijnde gebouwen en terreinen) te zijner tijd te kunnen vervangen. Het percentage voor de vervangingswaarde is voor grote schoolbesturen in het VO gesteld op 50%. De procentuele financieringsfunctie wordt berekend door 50% van de boekwaarde van de materiële vaste activa (niet zijnde gebouwen en terreinen) te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Ultimo kalenderjaar 2011 bedraagt de financieringsfunctie 5,8%.

De financiële buffer is het resterende deel van de kapitalisatiefactor en is bedoeld voor het opvangen van bijvoorbeeld terugloop in leerlingaantallen, financiële gevolgen van arbeidsconflicten, instabiliteit in de bekostiging en onvolledige indexatie van de bekostiging. Ultimo 2011 bedraagt de financiële buffer 0,5%. Voor grotere schoolbesturen in het VO geldt voor de financiële buffer een bovengrens van 5%. Hier wordt aan voldaan. Voor de transactie- en financieringsfuncties gelden geen normeringen.

Het verloop van de kapitalisatiefactor in de afgelopen vijf jaren is in het volgende overzicht gepresenteerd:

2007 2008 2009 2010 2011
19% 17% 16% 16% 17%

Tabel 6: Kapitalisatiefactor

De commissie Don adviseert om het weerstandsvermogen niet langer als sturingsgetal te gebruiken, maar in plaats daarvan een ondergrens aan de solvabiliteit (20%) en een bovengrens aan de kapitalisatiefactor (35%) te stellen. Binnen OMO blijft echter gestuurd worden op weerstandsvermogen, mede vanwege de helderheid van het kengetal en de toepasbaarheid op individuele scholen. Voor OMO totaal wordt daarnaast ook gestuurd op solvabiliteit.

pagina opties